Waarom het burgerinitiatief tegen woonstbetredingen zo belangrijk is.

Jan-Thomas Roefs • July 1, 2026

Waarom ik en vele andere raadsleden het burgerinitiatief tegen woonstbetredingen in Leuven goedkeurden. 


Deze week keurde de Leuvense gemeenteraad een burgerinitiatief tegen woonstbetredingen goed. Naar aanleiding van die gemeenteraad, waarop inhoudelijk werd ingegaan op het omstreden wetsontwerp, verschenen heel wat berichten in verschillende media die de ernstige impact van het huidige wetsontwerp op onze grondrechten leken te minimaliseren.


Die berichtgeving staat echter haaks op de adviezen die de Raad van State, de Orde van Vlaamse Balies, de Vereniging van Onderzoeksrechters en het federaal migratiecentrum Myria de voorbije weken hebben gepubliceerd. Al deze instanties riepen op om het ontwerp in zijn huidige vorm te verwerpen, omdat zij van oordeel zijn dat de inmenging in onze grondrechten te verregaand is.


Ik vind het belangrijk dat iedereen zich een eigen, genuanceerde mening kan vormen over dit wetsontwerp. Daarom heb ik beslist om mijn tussenkomst op de gemeenteraad die grotendeels gebaseerd is op de adviezen van deze instanties – lichtjes aangepast - te delen. Ook hier probeer ik dat op een inhoudelijke en niet-polariserende manier te doen. Daarom beperk ik mij hoofdzakelijk tot de juridische bedenkingen. Het is volgens mij onze plicht als verkozen vertegenwoordigers om ons uit te spreken wanneer grondrechten onder druk komen te staan door overheidsingrijpen.


Het burgerinitiatief tegen woonstbetredingen toont aan dat heel wat Leuvenaars zich terecht zorgen maken over de juridische en menselijke gevolgen van dit wetsontwerp. Zij zoeken steun op het gemeentelijke niveau – het bestuursniveau waarin burgers vaak het meeste vertrouwen hebben – om die bezorgdheden kracht bij te zetten en te laten weerklinken.


Ook binnen mijn fractie, en breder binnen deze raad, worden die bezorgdheden door heel wat collega's gedeeld.


Wat staat er in het wetsontwerp?

Het huidige wetsontwerp laat woonstbetredingen toe bij personen zonder wettig verblijf, mits machtiging van een onderzoeksrechter, wanneer:


  • zij het voorwerp uitmaken van een uitvoerbare uitwijzingsmaatregel en zich verzetten tegen hun terugkeer;
  • er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat zij een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid;
  • de maatregel noodzakelijk en proportioneel is en er geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn.


Bij een woonstbetreding krijgt de politie het recht om een woning binnen te treden met als doel een persoon te arresteren. Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat de politie op basis van dit wetsontwerp ook een woning kan binnentreden bij personen zoals u en ik, wanneer wij iemand zonder wettig verblijf onderdak bieden.


Verregaande inmenging in onze grondrechten

Woonstbetredingen vormen steeds een inmenging in het recht op privéleven, zoals beschermd door artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarnaast raken zij ook aan de onschendbaarheid van de woning, verankerd in artikel 15 van de Grondwet.


Zowel het Grondwettelijk Hof als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben herhaaldelijk geoordeeld dat een dergelijke verregaande inmenging slechts mogelijk is wanneer:


  1. de wet zeer nauwkeurig bepaalt in welke uitzonderlijke omstandigheden dit kan gebeuren;
  2. de maatregel absoluut noodzakelijk is om een bepaald doel te bereiken;
  3. de inmenging proportioneel is ten opzichte van dat doel.


Wat ons ernstig zorgen moet baren, is dat volgens de Raad van State, de Orde van Vlaamse Balies, de Vereniging van Onderzoeksrechters en het federaal migratiecentrum Myria aan geen van deze drie voorwaarden wordt voldaan.

Al deze instanties vragen dan ook om het wetsontwerp in zijn huidige vorm te verwerpen.


Niet nauwkeurig genoeg: ernstig risico op willekeur

De betrokken instanties wijzen unaniem op een ernstig risico op willekeur.


De wet is bijzonder vaag geformuleerd. Iedereen die beweert dat dit niet zo is, raad ik aan de adviezen van de bovengenoemde instanties grondig door te nemen. Het ontwerp bepaalt dat een woonstbetreding mogelijk is wanneer iemand niet meewerkt aan een uitwijzingsprocedure en mogelijk een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Wat die begrippen precies betekenen, wordt echter niet verduidelijkt.


Wanneer werk je niet mee?

Als je door frequente verhuisbewegingen een brief te laat ontvangt?

Als je de inhoud van de brief niet begrijpt?


En wanneer vorm je een gevaar voor de samenleving?

Als je ooit een kleine fout hebt gemaakt, zoals een snoepje stelen of te snel rijden?


Het plegen van één misdrijf maakt iemand volgens het ontwerp niet automatisch een gevaar voor de openbare orde, maar kan wel worden meegenomen in de beslissing. Wat als iemand twee kleine feiten heeft gepleegd en daarvoor zijn straf reeds volledig heeft uitgezeten? Dan kan die volgens de huidige bewoording van het ontwerp als geen gevaar worden beschouwd.


Hoe dit op termijn zal worden geïnterpreteerd en toegepast, weten we vandaag niet. Wat wel vaststaat, is dat het huidige wetsontwerp te vaag geformuleerd is en precies daardoor gevaarlijk wordt. Het opent de deur naar willekeurige woonstbetredingen. Dat is ook exact waarvoor de Orde van Vlaamse Balies waarschuwt.


Absoluut niet noodzakelijk

De Raad van State en de Orde van Vlaamse Balies stellen bovendien dat het wetsontwerp niet voldoet aan de vereiste van absolute noodzakelijkheid.


Vandaag bestaan er reeds voldoende instrumenten om zowel een efficiënt terugkeerbeleid te voeren als de samenleving te beschermen tegen ernstige misdrijven. Personen kunnen vandaag al, ongeacht hun afkomst of verblijfsstatus, in het kader van een strafrechtelijke procedure worden gearresteerd. Daarbij gelden wel de noodzakelijke grondwettelijke waarborgen, terwijl die in dit wetsontwerp onvoldoende aanwezig zijn.


De minister van Bossuyt, evenals N-VA Leuven en Vlaams Belang, weerleggen de kritiek op het wetsontwerp door te stellen dat de wet bedoeld is om terroristen, verkrachters en drugscriminelen te kunnen aanpakken. Volgens minister van Bossuyt draagt wie tegen deze wet is mee verantwoordelijkheid wanneer er zich opnieuw een aanslag zou voordoen.


Daarbij lijkt men echter te vergeten dat de overheid vandaag al over alle nodige middelen beschikt om de samenleving tegen dergelijke personen te beschermen. Huiszoekingen zijn reeds mogelijk en terroristen, verkrachters en drugscriminelen kunnen nu al ongeacht hun verblijfplaats of afkomst worden opgepakt.


Bovendien strookt die argumentatie niet met de realiteit van de wettekst. Het ontwerp beperkt zich immers niet tot zware criminelen. Door de ruime en vage formulering kan de maatregel op een veel grotere groep worden toegepast. Precies daarom waarschuwt de Orde van Vlaamse Balies voor het risico op willekeur.


Men kan dus perfect pleiten voor de bescherming van onze samenleving én tegelijk tegen dit wetsontwerp zijn.


Niet proportioneel

Daarnaast zijn de menselijke en juridische gevolgen van het ontwerp niet proportioneel ten opzichte van het beoogde doel.


Alle betrokken instanties waarschuwen voor de verstrekkende gevolgen van de huidige tekst. Zo laat het ontwerp toe dat een woonstbetreding plaatsvindt terwijl er minderjarige kinderen aanwezig zijn. Nergens wordt expliciet uitgesloten dat kinderen daarbij van hun ouders mogen worden gescheiden.


Ook hier rijst de vraag waarom de wetgever weigert dergelijke situaties uitdrukkelijk te verbieden.


Volgens het ontwerp moet bovendien slechts rekening worden gehouden met kwetsbare personen voor zover men vooraf kennis heeft van hun situatie. Dat alleen al roept ernstige vragen op.


Controle door de onderzoeksrechter als valse legitimiteit

Voorstanders van het ontwerp wijzen erop dat een machtiging van de onderzoeksrechter misbruik zou voorkomen.

Met die redenering gaan zij echter voorbij aan wat de Raad van State, de Orde van Vlaamse Balies en zelfs de Vereniging van Onderzoeksrechters zelf in hun adviezen naar voren brengen.


Een onderzoeksrechter krijgt slechts vijf dagen om de proportionaliteit van een woonstbetreding te beoordelen. Daarbij moet hij zich baseren op een verzoekschrift van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Die dienst kan uitgebreid motiveren waarom volgens haar aan de voorwaarden is voldaan.


De onderzoeksrechter, die doorgaans geen gespecialiseerde expertise heeft in het vreemdelingenrecht, moet vervolgens binnen een bijzonder korte termijn beslissen of hij die redenering volgt.


Daardoor dreigt zijn controlefunctie ernstig te worden uitgehold. In tegenstelling tot een strafrechtelijk onderzoek beschikt hij in deze procedure niet over bijkomende onderzoeksinstrumenten, zoals verhoren of andere onderzoekshandelingen. Hij moet zijn beslissing vrijwel uitsluitend baseren op het voorgelegde verzoekschrift.


Dat is ook de reden waarom de onderzoeksrechters zelf aangeven dat dit wetsontwerp te ver gaat. Zij stellen letterlijk dat zij vrezen geïnstrumentaliseerd te worden.


Alarmbellen

Wanneer alle betrokken gerechtelijke instanties waarschuwen voor ernstige juridische gevolgen en een reëel risico op willekeur, dan moeten bij ons de alarmbellen afgaan.


Zowel voorstanders als tegenstanders van een strenger migratiebeleid zouden hier principiële bedenkingen bij moeten hebben. Iedereen zou zich dezelfde vraag moeten stellen: waar eindigt dit?


Het burgerinitiatief dat deze week werd goedgekeurd, vroeg ons als raadsleden om een duidelijk standpunt in te nemen tegen dit wetsontwerp. In essentie vroeg het ons om de rechtsstaat te verdedigen.


Daarom stemden Vooruit, Groen en PVDA voor dit burgerinitiatief.


Want de rechtsstaat is geen vanzelfsprekendheid. Meer en meer wordt hij een opdracht.



Het enige punt waarop ik samen met enkele andere collega-raadsleden heb onthouden, betreft het vijfde punt van de motie. Dat punt vroeg om niet mee te werken aan de uitvoering van de wet indien die alsnog zou worden goedgekeurd.

Daarbij maak ik de redenering dat men niet bepaalde onderdelen van de rechtsstaat kan verdedigen en andere naast zich neer kan leggen. Een burgemeester kan niet zomaar beslissen een wet niet toe te passen, zelfs wanneer die volgens hem strijdig is met de Grondwet of met het Europees recht. In een rechtsstaat is het aan de onafhankelijke rechterlijke macht om zich daarover uit te spreken en dergelijke wetgeving, indien nodig, buiten toepassing te verklaren of te vernietigen.


By Jan-Thomas Roefs August 21, 2024
Meer zwemwater in Leuven: zowel indoor als outdoor!
By Jan-Thomas Roefs August 21, 2024
Bezoek aan TEJO Leuven